ECLI:NL:CRVB:2007:BB8953
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming door Sociale Verzekeringsbank
Appellante, met Duitse nationaliteit en woonachtig in Duitsland, was vrijwillig verzekerd voor de AOW/ANW. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) beëindigde deze verzekering met terugwerkende kracht per 1 januari 2000. Na bezwaar en beroep stelde de rechtbank het beroep van appellante ongegrond. Naar aanleiding van een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen wijzigde de Svb haar standpunt en nam appellante alsnog op in de vrijwillige AOW/ANW-verzekering voor de jaren 2000 tot en met 2003.
Tijdens de zitting van de Raad van 11 oktober 2007 trok appellante, vertegenwoordigd door haar advocaat, het hoger beroep in omdat zij geen procesbelang meer had. De Raad overwoog dat, omdat de Svb geheel aan appellante was tegemoetgekomen, zij op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Beroepswet in de proceskosten veroordeeld kon worden.
De Svb stelde dat de kosten voor de vertegenwoordiging onnodig waren gemaakt, maar de Raad volgde dit niet. De Raad veroordeelde de Svb tot vergoeding van de proceskosten van appellante ter hoogte van € 322,--. Tevens werd opgemerkt dat appellante het betaalde griffierecht bij de Svb kan claimen.
Uitkomst: De Sociale Verzekeringsbank wordt veroordeeld tot betaling van € 322,-- aan proceskosten aan appellante.