ECLI:NL:CRVB:2007:BB8956
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante verzocht om een WAO-uitkering, welke door het UWV geweigerd werd op grond van onvoldoende arbeidsongeschiktheid per 13 december 2004. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat geen medische stukken waren ingediend die het oordeel van de verzekeringsartsen konden betwisten.
In hoger beroep herhaalde appellante haar grieven en overhandigde aanvullende medische informatie van onder meer een orthomoleculair arts, osteopaat en hypnotherapeut, welke echter betrekking hadden op tijdstippen na de datum van het bestreden besluit. De Raad vond deze informatie onvoldoende om het eerdere medisch oordeel te weerleggen.
De Raad stelde vast dat appellante in staat was om de door de arbeidsdeskundige voorgelegde functies te vervullen, met een verlies aan verdiencapaciteit van slechts 7,62%. Daarom was de vaststelling van minder dan 15% arbeidsongeschiktheid terecht en kon het hoger beroep niet slagen. Vergoeding van schade werd afgewezen en toepassing van artikel 8:75 Awb Pro was niet aan de orde.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WAO-uitkering wordt bevestigd.