ECLI:NL:CRVB:2007:BB8959
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk
Appellante verzocht om een Wajong-uitkering, die door het UWV aanvankelijk werd geweigerd omdat zij niet arbeidsongeschikt werd geacht. Na bezwaar kende het UWV haar een uitkering toe vanaf 27 maart 2003 met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, maar vanaf 1 november 2003 werd zij geschikt geacht voor haar eigen werk, waardoor het recht op uitkering verviel.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, omdat zij het oordeel van het UWV, gebaseerd op medische en arbeidsdeskundige rapportages, onderschreef. In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren en overhandigde zij aanvullende medische informatie, maar de Centrale Raad van Beroep zag geen reden om van het eerdere oordeel af te wijken.
De Raad oordeelde dat de medische beperkingen van appellante niet waren onderschat en dat het belastbaarheidspatroon een juiste weergave was van haar situatie op de relevante datum. De aanvullende medische informatie kon niet het gewicht krijgen dat appellante wenste, omdat deze niet duidelijk betrekking had op de datum in geschil.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees erop dat een eventuele herbeoordeling na 1 november 2003 door het UWV kan plaatsvinden, waarbij nieuwe medische gegevens kunnen worden betrokken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante vanaf 1 november 2003 geschikt was voor haar eigen werk en geen recht meer had op Wajong-uitkering.