ECLI:NL:CRVB:2007:BB9043
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengeld wegens geschiktheid voor eigen werk bevestigd
Appellant, werkzaam als inpakker bloemen, meldde zich ziek met rug-, maagklachten en hoofdpijn. Verzekeringsarts Van Uitert concludeerde dat appellant per 18 maart 2005 geschikt was voor zijn werk. Het UWV beëindigde daarop het ziekengeld. Appellant maakte bezwaar, maar de bezwaarverzekeringsarts De Brouwer onderschreef na onderzoek de eerdere conclusie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en hechtte waarde aan de medische rapporten. Appellant voerde in hoger beroep zonder nieuwe medische onderbouwing dezelfde grieven aan, waaronder dat de bezwaarverzekeringsarts onvoldoende inzicht had in de aard en zwaarte van het werk.
De Raad oordeelde dat de bezwaarverzekeringsarts voldoende informatie had om zijn oordeel te vormen en dat geen nieuwe feiten of medische gegevens waren aangevoerd die het eerdere besluit konden wijzigen. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd.