ECLI:NL:CRVB:2007:BB9066
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzekeringsplicht bij privaatrechtelijke dienstbetrekking ondanks ongelijke aandelenverhouding
Appellante voerde hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Leeuwarden waarin werd vastgesteld dat er in 2003 sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen appellante en betrokkenen, wat verzekeringsplicht in de sociale werknemersverzekeringswetten tot gevolg had. Het Uwv had op grond van een looncontrole correctie- en boetebesluiten opgelegd die door appellante werden bestreden.
De Raad overwoog dat de drie essentiële kenmerken van een privaatrechtelijke dienstbetrekking aanwezig waren: gezagsverhouding, persoonlijke dienstverrichting en loonbetaling. Ondanks dat betrokkenen hun werkzaamheden met zelfstandigheid verrichtten en weinig werkgeversgezag werd uitgeoefend, was er wel degelijk een organisatorisch kader en een mogelijkheid tot aanwijzingen door appellante. De ongelijke aandelenverhouding en het ontbreken van een gelijkwaardige positie maakten dat er geen sprake was van een gezamenlijke onderneming.
De Raad verwierp het verweer van appellante dat de statutaire bepalingen en aandeelhoudersverhoudingen een andere conclusie rechtvaardigden. Ook werd geoordeeld dat de boetenota voldoende was gemotiveerd, mede door eerdere vooraankondigingen en toelichtingen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verzekeringsplicht en handhaaft de opgelegde boete.