ECLI:NL:CRVB:2007:BB9157
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening intrekking WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Verzoekster heeft hoger beroep ingesteld tegen de intrekking van haar WAO-uitkering, die was gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 15%. Zij verzocht tevens om een voorlopige voorziening omdat haar WW-uitkering eindigt en zij dan aangewezen zou zijn op een bijstandsuitkering, wat een belangrijke inkomensachteruitgang betekent.
De voorzieningenrechter overwoog dat het enkele feit dat de inkomsten vanaf een bepaalde datum zullen terugvallen niet voldoende is om een spoedeisend belang aan te nemen. Er zijn geen concrete onaanvaardbare gevolgen aangetoond die onmiddellijke voorziening rechtvaardigen.
Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Ook is geen aanleiding gezien voor vergoeding van proceskosten of griffierecht. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep op 23 november 2007.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de WAO-uitkering is afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.