ECLI:NL:CRVB:2007:BB9171
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens ontbreken gronden
Appellante maakte bezwaar tegen correctienota’s en boetes van het UWV over meerdere jaren. Het UWV verzocht om binnen twee weken een schriftelijke machtiging en binnen vier weken de gronden van het bezwaar in te dienen. Hoewel een machtiging werd ontvangen, werden de gronden niet binnen de gestelde termijn ingediend.
Het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 Awb Pro wegens het ontbreken van de bezwaargronden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat er geen reden was de termijn te verlengen of het bezwaar toch ontvankelijk te verklaren. Ook het beroep op beleidsregels van het Ministerie van Financiën werd afgewezen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en bevestigde dat het bezwaarschrift niet voldeed aan de eisen van artikel 6:5 Awb Pro. Het beroep van appellante werd verworpen, en de niet-ontvankelijkverklaring bleef in stand. Er werd geen aanleiding gezien om artikel 8:75 Awb Pro toe te passen.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de gronden binnen de gestelde termijn.