ECLI:NL:CRVB:2007:BB9191
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WAO-uitkering bij arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45 procent
Appellante viel op 18 september 2003 uit voor haar werk als cateringsmedewerker. Het UWV kende haar op 15 september 2004 een WAO-uitkering toe, gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. Appellante maakte bezwaar tegen deze toekenning, stellende dat haar beperkingen werden onderschat en zij de voorgestelde functies niet kon vervullen. Het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond, met het standpunt dat appellante ondanks haar beperkingen geschikt was voor de geselecteerde functies.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige onderbouwing van het UWV. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad acht de beschikbare gegevens voldoende om te concluderen dat appellante in staat is de voorgehouden functies te vervullen, mede gelet op het rapport van de bezwaarverzekeringsarts die geen aanleiding zag af te wijken van het oordeel van de verzekeringsarts.
De Raad ziet geen reden om een onafhankelijk deskundige te benoemen en wijst het hoger beroep af. Er zijn geen gronden aanwezig voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de WAO-uitkering op basis van 35 tot 45% arbeidsongeschiktheid blijft van kracht.