ECLI:NL:CRVB:2007:BB9253
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek hardheidsclausule OV-studentenkaart wegens langere reistijd openbaar vervoer
Appellant verzocht op 10 oktober 2005 om toepassing van de hardheidsclausule voor de OV-studentenkaart, omdat zijn reisduur per openbaar vervoer tussen zijn woonadres en de onderwijsinstelling aanzienlijk langer was dan met eigen vervoer. De IB-Groep wees dit verzoek bij besluit van 13 januari 2006 af en verklaarde het bezwaar ongegrond bij besluit van 27 maart 2006. De rechtbank Zwolle bevestigde deze beslissing en oordeelde dat het beleid binnen redelijke grenzen blijft en niet onredelijk is.
In hoger beroep stelde appellant dat het redelijkheidsoordeel ontbrak en dat reizen per openbaar vervoer hem sociaal en qua nachtrust benadeelde. Hij verwees naar jurisprudentie waarin het redelijkheidcriterium werd gehanteerd. De Raad overwoog dat de situatie van appellant niet vergelijkbaar is met de aangehaalde jurisprudentie, omdat er geen omslachtige reisroute is en het feit dat eigen vervoer sneller is, onvoldoende is voor een uitzondering.
De Raad concludeerde dat er geen gronden zijn om af te wijken van het beleid en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door J. Janssen en uitgesproken op 26 november 2007.
Uitkomst: Het verzoek om toepassing van de hardheidsclausule OV-studentenkaart wordt afgewezen vanwege onvoldoende gronden voor een uitzondering op het beleid.