ECLI:NL:CRVB:2007:BB9264

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
29 november 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-7248 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • K.J.S. Spaas
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks neuropsychiatrisch rapport

Appellante stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad die het besluit van het UWV bevestigde om haar WAO-uitkering te herzien en vast te stellen op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25% per 24 augustus 2004.

De rechtbank oordeelde dat de belastbaarheid van appellante correct was vastgesteld en dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren. Appellante voerde in hoger beroep aan dat onvoldoende gewicht was toegekend aan een neuropsychiatrisch rapport van dr. Busard, waarin haar beperkingen werden beschreven.

De Raad onderschreef echter het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts De Kanter, die stelde dat de beperkingen onvoldoende medisch waren geobjectiveerd. De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en zag geen reden om af te wijken van de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en verklaart het hoger beroep van appellante ongegrond.

Uitspraak

05/7248 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante],
tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 11 november 2005, 04/1403 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 29 november 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft H.J.A Aerts, werkzaam bij Delescen & Scheers Advocaten te Roermond, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 oktober 2007. Appellante is – met voorafgaand bericht – niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. I.D. Mak.
II. OVERWEGINGEN
Bij besluit van 27 oktober 2004 (hierna: het bestreden besluit) heeft het Uwv ongegrond verklaard het bezwaar van appellante tegen een besluit van 5 juli 2004, waarbij de uitkering van appellante ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering met ingang van 24 augustus 2004 is herzien en nader vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.
De rechtbank heeft, zoals uit de aangevallen uitspraak blijkt, geoordeeld dat er geen redenen zijn om te twijfelen aan de juistheid van de belastbaarheid van appellante op de in geding zijnde datum, zoals die door het Uwv is vastgesteld. Voorts heeft de rechtbank geoordeeld dat de functies waarop de arbeidsdeskundige F. Klein Koerkamp de onderhavige schatting heeft gebaseerd, in medisch opzicht geschikt zijn voor appellante.
In hoger beroep heeft appellante haar grieven in bezwaar en beroep herhaald, waarbij zij met name heeft aangevoerd dat de rechtbank bij haar oordeelsvorming te weinig gewicht heeft toegekend aan een door appellante overgelegd neuropsychiatrisch rapport van 28 februari 2005 van de zenuwarts dr. H.L.S.M. Busard.
Uit de aangevallen uitspraak blijkt dat de rechtbank zich heeft geconformeerd aan het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts G.P.J. de Kanter.
Voorts heeft de Raad, in hetgeen overigens door appellante is aangevoerd, geen aanleiding gevonden om inhoudelijk anders te oordelen over het bestreden besluit dan de rechtbank in de aangevallen uitspraak heeft gedaan.
Uit het rapport van dr. Busard blijkt dat hij bij zijn oordeelsvorming goeddeels als gegeven is uitgegaan van hetgeen appellante hem bij het afnemen van de anamnese aan subjectieve klachten heeft medegedeeld, iets waarop ook de bezwaarverzekeringsarts De Kanter in zijn reactie van 1 juli 2005 heeft gewezen. Het bezwaar van De Kanter dat
dr. Busard niet of nauwelijks medisch heeft geobjectiveerd wat de op ziekte of gebrek berustende beperkingen van appellante naar diens oordeel inhouden, kan de Raad onderschrijven.
Ten slotte overweegt de Raad dat hij in lijn met zijn uitspraak van 17 april 2007, LJN: BA2955, wat betreft de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit, het oordeel van de rechtbank over de medische geschiktheid van de geselecteerde functies onderschrijft.
De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door K.J.S. Spaas. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.W. Engelhart als griffier, uitgesproken in het openbaar op 29 november 2007.
(get.) K.J.S. Spaas.
(get.) J.W. Engelhart.
JL