ECLI:NL:CRVB:2007:BB9380
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K.J. Kraan
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en afbouw ORT-toeslag wegens onvoldoende onderzoek en strijd met Awb
Appellant, werkzaam bij de gemeente Dronten, ontving sinds 2000 een vaste toeslag voor onregelmatige diensten (ORT-toeslag). Het college besloot in 2004 deze toeslag met een afbouwperiode van zes maanden in te trekken, omdat het werken in rooster zou worden stopgezet. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond voor zover het de wijze van afbouw betrof en beval een nieuw besluit op bezwaar.
In hoger beroep stelde appellant dat hij nog steeds op onregelmatige tijden werkte en dat het besluit onterecht was genomen, mede omdat het niet aan de ondernemingsraad was voorgelegd en het gelijkheidsbeginsel werd geschonden. De Raad oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd dat de noodzaak voor onregelmatige werktijden was weggevallen, mede gelet op door appellant overgelegde lijsten van avondwerkzaamheden.
De Raad verwierp het verweer dat het besluit aan de ondernemingsraad had moeten worden voorgelegd en zag geen strijd met het gelijkheidsbeginsel. Gezien het ontbreken van een deugdelijk onderzoek vooraf en strijd met het motiveringsbeginsel van artikel 7:12 Awb Pro, vernietigde de Raad het intrekkingsbesluit en het besluit over de afbouw van de toeslag. Het college moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de overwegingen van de Raad. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en afbouw van de ORT-toeslag wordt vernietigd en het college dient een nieuw besluit te nemen.