ECLI:NL:CRVB:2007:BB9544
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen en geschiktheid geselecteerde functies
Appellant, werkzaam als buschauffeur, viel in juli 2003 uit wegens klachten aan de linker lichaamshelft, pijn aan het hart en moeheid. Het UWV weigerde vanaf juli 2004 een WAO-uitkering toe te kennen op basis van rapportages van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen die concludeerden dat appellant belastbaar is voor werk binnen de beperkingen van de Functionele MogelijkhedenLijst (FML).
Appellant stelde dat hij volledig arbeidsongeschikt is en betwijfelde de juistheid van de medische onderbouwing, mede vanwege onverklaarde pijnklachten en depressieve klachten. De Raad concludeerde echter dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld, dat er geen ernstige psychiatrische stoornis was die tot forse beperkingen zou leiden, en dat de geselecteerde functies passend waren.
De Raad zag geen aanleiding voor het inschakelen van een extra deskundige en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er was geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens juiste vaststelling van medische beperkingen en geschiktheid van geselecteerde functies.