ECLI:NL:CRVB:2007:BB9553
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering en terugvordering wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht
Appellant voerde samen met [R.] een gezamenlijke huishouding, hetgeen niet was gemeld aan het College van burgemeester en wethouders van Nijmegen. Hierdoor werd de bijstandsuitkering van [R.] ingetrokken over de periode van 1 juli 1997 tot en met 28 februari 2005. Het College vorderde terugbetaling van de bijstandskosten van appellant wegens de gezamenlijke huishouding en de schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond en wees het beroep tegen het besluit af. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat sprake was van een gezamenlijke huishouding in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en de Wet werk en bijstand.
De Raad oordeelde dat de verklaring van appellant, afgelegd tegenover een sociaal rechercheur en ondertekend, rechtsgeldig was en dat geen sprake was van druk of dwang. De omstandigheden en motieven van de huishouding waren niet relevant voor de beoordeling. Het College was bevoegd om de kosten van bijstand mede van appellant terug te vorderen tot een bedrag van € 84.120,50.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Hoge Raad wegens schending of verkeerde toepassing van het begrip gezamenlijke huishouding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstandsuitkering en terugvordering van kosten bevestigd.