ECLI:NL:CRVB:2007:BB9562
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens verzwegen gezamenlijke huishouding
Appellante ontving sinds 1976 bijstand als alleenstaande, terwijl sinds 1981 [M.] bij haar inwoonde en als kostganger werd aangemerkt. Na een heronderzoek ontstond het vermoeden dat appellante een gezamenlijke huishouding voerde met [M.], hetgeen zij niet had gemeld.
Het College van burgemeester en wethouders van Barneveld trok de bijstand in en vorderde de ten onrechte ontvangen bedragen terug over de periode van 1 januari 2001 tot 21 maart 2005. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het intrekkingsbesluit ongegrond en het hoger beroep richtte zich tegen deze uitspraak.
De Raad oordeelde dat appellante op grond van registratie bij de Belastingdienst en het feit dat beiden hun hoofdverblijf hadden in dezelfde woning, een gezamenlijke huishouding voerde. Hierdoor had zij geen recht op bijstand als alleenstaande en had zij haar inlichtingenplicht geschonden. De Raad bevestigde het besluit tot intrekking en terugvordering en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering en de terugvordering van ten onrechte ontvangen bedragen worden bevestigd wegens het verzwegen bestaan van een gezamenlijke huishouding.