ECLI:NL:CRVB:2007:BB9598
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens passendheid geselecteerde functies ondanks schouderklachten
Appellante, arbeidsongeschikt verklaard wegens diverse klachten waaronder schouderproblemen, kreeg haar WAO-uitkering ingetrokken omdat zij passend werk zou kunnen verrichten. Zij voerde aan dat de geselecteerde functies ongeschikt zijn vanwege haar schouder-, arm- en handklachten.
De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelden dat de functies passend zijn, waarbij een herbeoordeling van de functionele mogelijkhedenlijst (FML) plaatsvond na advies van een reumatoloog. De Raad concludeerde dat appellante weliswaar beperkingen heeft, maar dat het werken boven schouderhoogte in de geselecteerde functies slechts incidenteel en kortdurend is, waardoor deze passend zijn.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de intrekking van de WAO-uitkering. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 22 november 2007.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering omdat de geselecteerde functies passend zijn ondanks de schouderklachten van appellante.