ECLI:NL:CRVB:2007:BB9621
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel en terugvordering WW-uitkering wegens niet tijdig verlengen inschrijving werkzoekende
Appellant kreeg vanaf 1 juli 2003 een WW-uitkering naast zijn WAO-uitkering. Het UWV legde hem bij besluit van 17 november 2005 een maatregel op door zijn WW-uitkering met 20% te verlagen over de periode 1 maart tot 21 september 2005, omdat hij zijn inschrijving als werkzoekende bij het CWI niet tijdig had verlengd. Tevens werd een bedrag van € 2.735,79 teruggevorderd.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel, waarna appellant in hoger beroep ging. Hij stelde zich op het standpunt dat hij zich niet bewust was van het verlopen van zijn inschrijving door persoonlijke omstandigheden en dat het UWV hem tijdig had moeten waarschuwen.
De Raad overwoog dat op grond van de WW het niet tijdig verlengen van de inschrijving een verplichting is en dat het UWV terecht een maatregel oplegde, aangezien de termijn van overschrijding langer was dan 14 dagen. Persoonlijke omstandigheden van appellant konden hem niet baten, omdat hij bij inschrijving geïnformeerd was over de verlengdatum en het zijn verantwoordelijkheid was om de inschrijving tijdig te verlengen. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de maatregel en terugvordering van de WW-uitkering wegens het niet tijdig verlengen van de inschrijving als werkzoekende.