ECLI:NL:CRVB:2007:BB9693
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over weigering WAO-uitkering en opdracht tot nieuw besluit
Appellant had bezwaar gemaakt tegen de weigering van een WAO-uitkering door het UWV, omdat hij volgens het oorspronkelijke besluit minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn vanaf 22 oktober 1990. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde het UWV een gewijzigd standpunt in dat appellant sinds 28 augustus 1990 volledig arbeidsongeschikt zou zijn, met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100% vanaf 16 augustus 1994.
De Raad constateert dat het oorspronkelijke besluit niet langer wordt onderschreven door het UWV en vernietigt daarom het besluit en de aangevallen uitspraak voor zover het beroep ongegrond werd verklaard. Het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Het verzoek om schadevergoeding wordt niet toegewezen omdat eerst nadere besluitvorming nodig is over de omvang van de schade en de vraag of sprake is van een bijzonder geval als bedoeld in artikel 35 lid 2 WAO Pro. Wel veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant in beroep en hoger beroep, begroot op in totaal € 966,-- plus vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen; het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen; proceskosten worden aan appellant toegekend.