ECLI:NL:CRVB:2007:BB9708
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk en andere functies
Appellant verzocht in mei 2003 om een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) vanwege klachten door cervicale dystonie. Het UWV weigerde de uitkering omdat appellant geschikt werd geacht voor zijn eigen werk en andere functies. De rechtbank liet een deskundige, neuroloog Van Lieshout, het functioneren van appellant onderzoeken. Deze concludeerde dat appellant ondanks zijn beperkingen zijn werkzaamheden kon verrichten.
Appellant voerde aan dat hij slechts halve dagen kon werken en dat de Botox-behandeling die hij ontvangt periodiek uitwerkt, waardoor hij niet kan werken. Ook stelde hij dat hij niet twee uur achter elkaar kan autorijden, wat zijn werk beperkt. De Raad overwoog dat het onderzoek van Van Lieshout zorgvuldig was en dat diens oordeel niet in strijd was met medische informatie van behandelend neurologen. De Raad vond geen reden om af te wijken van het deskundigenoordeel en oordeelde dat de arbeidsdeskundige een goed beeld had van het werk van appellant.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het UWV dat appellant geschikt is voor zijn eigen werk en andere functies. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen. De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 7 december 2007.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAZ-uitkering omdat appellant geschikt is voor zijn eigen werk en andere functies.