ECLI:NL:CRVB:2007:BB9737
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Toekenning volledige WAO-uitkering en schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Appellante ontving sinds 1976 een WAO-uitkering van 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling werd deze uitkering in 2002 ingetrokken. Appellante stelde bezwaar en startte een procedure die ruim vijf jaar duurde. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond, maar wees de vordering tot immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af.
In hoger beroep stelde appellante dat de langdurige procedure onredelijk was en dat uit jurisprudentie blijkt dat spanning en frustratie als gevolg van overschrijding van de redelijke termijn worden voorondersteld. Het UWV voerde aan dat de procedure vanwege de buitenlandse situatie extra tijd vergde.
De Raad oordeelde dat de redelijke termijn met ruim 14 maanden was overschreden en dat de vooronderstelling van immateriële schade van toepassing was, omdat het UWV geen concrete omstandigheden had aangevoerd om dit te betwisten. De Raad vernietigde het bestreden besluit, bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit instand blijven, kende een schadevergoeding van €500 toe en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep kent appellante een volledige WAO-uitkering toe en veroordeelt het UWV tot betaling van €500 schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.