ECLI:NL:CRVB:2007:BC0308
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot herziening betalingsverplichtingen en opzegtermijn WW
Werknemer heeft bij het UWV een aanvraag ingediend om betalingsverplichtingen van zijn werkgever over te nemen op grond van de Werkloosheidswet (WW). Het UWV stelde de opzegtermijn op zes weken vast, waartegen werknemer geen bezwaar maakte. Later stelde werknemer op basis van een uitspraak van de Raad dat een langere opzegtermijn van toepassing zou zijn en verzocht het UWV om herziening.
Het UWV wees dit verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die het eerdere besluit konden wijzigen, zoals vereist in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank verklaarde het beroep van werknemer ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel.
De Raad overwoog dat een eerdere rechterlijke uitspraak op zichzelf geen nieuw feit is dat herziening rechtvaardigt en dat het risico van een onjuiste uitleg van een besluit bij de betrokkene blijft. Tevens oordeelde de Raad dat het UWV niet onredelijk heeft gehandeld en dat er geen sprake is van een duuraanspraak. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek van werknemer tot herziening van de opzegtermijn is afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.