ECLI:NL:CRVB:2007:BC0373
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering wegens inkomsten uit arbeid
Appellant ontving een WAO-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wijzigde dit naar een lagere mate van 35 tot 45% vanwege inkomsten die appellant had genoten in de periode mei 2001 tot maart 2002. Hierdoor werd een bedrag van €7.788,66 teruggevorderd.
Appellant voerde in bezwaar en beroep aan dat hij geen inkomsten had genoten en dat eerdere verklaringen onder druk waren afgelegd. Tevens stelde hij dat de terugvordering een punitief karakter had, omdat er al een strafrechtelijk vonnis was over het wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak.
De Raad nam mee dat appellant in 2004 tegenover opsporingsfunctionarissen van het Uwv had toegegeven inkomsten te hebben genoten, een verklaring die niet was ingetrokken en was afgelegd toen appellant vrij was. De Raad oordeelde dat de inkomsten uit hennepteelt waren verkregen en dat de besteding van die inkomsten niet relevant was voor de vraag of sprake was van inkomsten uit arbeid.
De Centrale Raad van Beroep zag geen grond om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en verwierp het beroep van appellant, waarmee de terugvordering werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de WAO-uitkering wegens genoten inkomsten uit arbeid.