ECLI:NL:CRVB:2007:BC0403
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting urenbeperking door neuropsycholoog
Appellante ontvangt sinds 1987 een WAO-uitkering. Na verergerde klachten door een aanrijding werd haar arbeidsongeschiktheid in 2003 vastgesteld op 80-100%. Een herbeoordeling in 2004 leidde tot een neuropsychologisch onderzoek dat milde cognitieve achteruitgang constateerde. De verzekeringsarts concludeerde dat appellante geschikt was voor licht, rugsparend werk zonder tijdsdruk en zonder urenbeperking.
De arbeidsdeskundige selecteerde passende functies die aan deze criteria voldeden. Het Uwv herzag de uitkering in 2005 naar 55-65% arbeidsongeschiktheid. Appellante betwistte dit, stellende dat zij slechts 20 uur per week kan werken, onderbouwd met een dagverhaal en een brief van de neuropsycholoog die urenbeperking adviseerde.
De bezwaarverzekeringsarts vond echter geen medische noodzaak voor een urenbeperking en zag het dagverhaal als onvoldoende objectief bewijs. De rechtbank onderschreef het Uwv-besluit. De Centrale Raad oordeelde dat de urenbeperking niet in verhouding stond tot de cognitieve beperkingen en dat het dagverhaal slechts ondersteunend is, niet doorslaggevend. Het hoger beroep werd afgewezen en de herziening van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd zonder toekenning van een urenbeperking.