ECLI:NL:CRVB:2007:BC0667
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Weigering ziekengeld wegens arbeidsongeschiktheid bij aanvang verzekering bevestigd
Appellant, een internationaal vrachtwagenchauffeur, raakte in 1996 arbeidsongeschikt door een ernstig ongeval en ontving tot juni 1996 ziekengeld. Daarna werd de uitkering stopgezet omdat hij niet langer arbeidsongeschikt werd geacht. Na een periode van werk en ziekte meldde appellant zich in oktober 1999 ziek. Het UWV weigerde vanaf maart 2000 ziekengeld omdat appellant volgens deskundigenrapporten reeds op 18 juli 1999 arbeidsongeschikt was.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen eerdere beslissingen ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde in 2004 deze uitspraak op basis van een deskundigenrapport waarin werd vastgesteld dat appellant leed aan een posttraumatische stressstoornis en op genoemde datum ongeschikt was voor zijn werk.
Het UWV nam daarop een nieuw besluit waarin het ziekengeld vanaf oktober 1999 werd geweigerd, zonder terugvordering van eerder toegekend ziekengeld. Het hoger beroep tegen een latere weigering van ziekengeld werd niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant geen belang meer had bij de beoordeling van eerdere uitspraken. De Raad bevestigde het besluit van het UWV en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het besluit tot weigering van ziekengeld is bevestigd.