ECLI:NL:CRVB:2007:BC0882

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 december 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-5036 WUV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • G.L.M.J. Stevens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 17 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens niet-betaling griffierecht

Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad. Ondanks meerdere aanmaningen heeft appellant het verschuldigde griffierecht niet voldaan. Daarnaast is het beroepschrift niet ondertekend en bevat het niet de gronden van het beroep, terwijl deze gebreken niet binnen de gestelde termijnen zijn hersteld.

De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat appellant in verzuim is en verklaart het beroep kennelijk niet-ontvankelijk zonder verder onderzoek. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter G.L.M.J. Stevens en uitgesproken in het openbaar op 20 december 2007.

Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken na verzending van het afschrift. De procedure benadrukt het belang van het voldoen aan formele vereisten zoals betaling van griffierecht en correcte ondertekening van het beroepschrift.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en ontbreken van ondertekening en motivering in het beroepschrift.

Uitspraak

07/5036 WUV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van Pro de Beroepswet in het geding tussen:
[appellant]
en
de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerster van 28 juni 2007, kenmerk JZ/U80/2007 BZ 46920.
II. OVERWEGINGEN
In artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven.
Bij brief van 31 augustus 2007 is appellant erop gewezen dat hij een griffierecht van
€ 35,-- is verschuldigd, en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken dient te zijn voldaan, bij voorkeur door middel van de aangehechte acceptgirokaart.
Bij aangetekende brief van 1 oktober 2007 is appellant nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken dient te zijn bijgeschreven op de rekening van de Centrale Raad van Beroep dan wel ter griffie dient te zijn gestort. Daarbij is erop gewezen dat overschrijding van die termijn kan leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
De Raad stelt vast dat het griffierecht niet is betaald.
Nu op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest, acht de Raad het beroep kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
De Raad overweegt voorts dat het beroep eveneens niet-ontvankelijk verklaard zou kunnen worden omdat het beroepschrift niet is ondertekend en niet de gronden van het beroep bevat en deze verzuimen niet binnen de daartoe gestelde termijnen zijn hersteld.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door G.L.M.J. Stevens. De beslissing is, in tegenwoordigheid van E. Blijleven-de Vries als griffier, uitgesproken in het openbaar op 20 december 2007.
(get.) G.L.M.J. Stevens.
(get.) E. Blijleven-de Vries.
Tegen deze uitspraak kunnen de belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van dit afschrift schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT.
De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.