ECLI:NL:CRVB:2007:BC1719
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering en weigering ziekengeld wegens onvoldoende medisch onderzoek
Appellante, werkzaam als administratief medewerkster na uitval met rug- en spanningsklachten, kreeg haar WAO-uitkering ingetrokken na een medisch onderzoek door een niet-erkende verzekeringsarts. Het primaire onderzoek en het bezwaaronderzoek waren ontoereikend, mede doordat geen aanvullend onderzoek of informatieopvraging bij behandelaars plaatsvond.
De rechtbank had het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering vernietigd, maar de rechtsgevolgen daarvan in stand gelaten. Het bezwaar tegen de weigering van ziekengeld werd ongegrond verklaard. In hoger beroep oordeelt de Raad dat het medisch onderzoek onvoldoende betrouwbaar was en dat de geselecteerde functies medisch betwijfeld kunnen worden.
Daarom vernietigt de Raad de bestreden besluiten en de aangevallen uitspraak II, bevestigt de vernietiging van het primaire besluit, en beveelt het UWV nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De Raad vernietigt de besluiten tot intrekking van de WAO-uitkering en weigering van ziekengeld wegens onzorgvuldig medisch onderzoek en veroordeelt het UWV in de proceskosten.