ECLI:NL:CRVB:2007:BC1828

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
31 december 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-1722 WWB
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Th.C. van Sloten
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:24 AwbArt. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig indienen beroepschrift na termijnoverschrijding

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem, waarbij het beroepschrift echter niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van zes weken werd ingediend. De Raad verzocht de rechtbank om informatie over de verzending van de uitspraak en kreeg terug dat de aangetekende brieven aan de gemachtigde van appellant, die van kantoor was veranderd, retour waren gekomen.

De gemachtigde gaf aan dat hij had afgesproken dat het voormalige kantoor de post zou bewaren, maar dat dit kantoor aangetekende brieven aan vertrokken advocaten had geweigerd. De Raad oordeelde dat dit geen reden was om het verzuim te vergoelijken, omdat het risico van niet tijdig indienen volledig voor rekening van de appellant komt.

Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk zonder verder onderzoek, en wees een verzoek om toepassing van artikel 8:75 Awb Pro af. De uitspraak werd gedaan door rechter Th.C. van Sloten op 31 december 2007.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening van het beroepschrift.

Uitspraak

07/1722 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 7 december 2006, 06/2010 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede.
Datum uitspraak: 31 december 2007
I. PROCESVERLOOP
Mr. M. el Ahmadi, advocaat te Utrecht, heeft als gemachtigde van appellant hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Arnhem op 7 december 2006 tussen partijen gegeven uitspraak.
Deze uitspraak is op 7 december 2006 in afschrift aan partijen toegezonden.
Het beroepschrift is op 22 maart 2007 ter griffie ontvangen.
II. OVERWEGINGEN
Volgens artikel 6:24 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende.
De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in op de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van de toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt. Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
Op grond van de in rubriek I vermelde gegevens moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.
Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
De Raad heeft de rechtbank bij brief van 30 maart 2007 om informatie verzocht omtrent de verzending van de aangevallen uitspraak.
Bij brief van 5 april 2007 heeft de rechtbank medegedeeld dat de uitspraak op 7 december 2006 en 30 januari 2007 aan de gemachtigde van appellant, aangetekend en per gewone post, is verzonden en beide keren retour is gekomen, op 8 februari 2007 is de uitspraak aan appellant verzonden.
Bij schrijven van 18 juli 2007 is aan de gemachtigde van appellant gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding.
De gemachtigde van appellant heeft daarop bij brief van 15 augustus 2007 geantwoord, dat hij per juni 2006 van kantoor is veranderd, maar met zijn voormalige kantoor Adank en Klostermann had afgesproken dat de post zou worden bewaard. Het kantoor Adank en Klostermann, zo is gesteld, heeft geen post teruggestuurd naar de rechtbank. Bij brief van 23 oktober 2007 stelt de gemachtigde van appellant dat hij van het kantoor Adank en Klostermann heeft vernomen dat zij destijds alle aangetekende brieven die gericht waren aan advocaten die bij het kantoor waren vetrokken hebben geweigerd.
Hetgeen de gemachtigde van appellant ter zake heeft aangevoerd, bevat geen grond waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
De Raad overweegt daartoe dat in situaties als de onderhavige het uitgangspunt geldt dat het risico dat het hoger beroep niet tijdig is ingediend, volledig voor rekening komt van de partij die het hoger beroep instelt.
Het hoger beroep is derhalve kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek wordt beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door Th.C. van Sloten. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M. Pijper als griffier, uitgesproken in het openbaar op 31 december 2007.
(get.) Th.C. van Sloten.
(get.) M. Pijper.
Tegen deze uitspraak kunnen de belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van dit afschrift schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT.
De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.
RB0401