ECLI:NL:CRVB:2007:BC1961
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek dagloon zonder nieuwe feiten of omstandigheden
De erven van de betrokkene hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage die het beroep ongegrond verklaarde. Het geschil betreft het verzoek aan het UWV om terug te komen op een eerder besluit waarbij het dagloon van de betrokkene werd vastgesteld. Na een volledige inhoudelijke heroverweging heeft het UWV het verzoek afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren.
De rechtbank heeft zich bij haar beoordeling beperkt tot de vraag of er sprake was van nieuwe feiten of omstandigheden die herziening rechtvaardigen. De erven stelden dat de rechtbank ten onrechte het besluit slechts marginaal had getoetst en dat bij een volledige inhoudelijke heroverweging ook de rechter het besluit integraal zou moeten toetsen. De Raad overweegt dat een bestuursorgaan bevoegd is een verzoek tot herziening volledig te beoordelen, maar dat bij handhaving van het oorspronkelijke besluit de rechter zich moet beperken tot het toetsen aan het criterium van nieuwe feiten of omstandigheden.
De Raad concludeert dat het UWV niet onredelijk heeft gehandeld en dat het besluit niet in strijd is met geschreven of ongeschreven rechtsregels of algemene rechtsbeginselen. Daarom bevestigt de Raad de aangevallen uitspraak en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot afwijzing van het herzieningsverzoek wordt bevestigd.