ECLI:NL:CRVB:2007:BC1964
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van inachtneming PC-privéregeling bij vaststelling WAO-dagloon
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen een uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad over de vaststelling van zijn WAO-dagloon. Het geschil draait om de vraag of de in de periode juli tot en met september 2003 ingehouden bedragen in verband met een PC-privéregeling meegenomen moeten worden bij de berekening van het dagloon.
Appellant stelde dat zijn brutoloon in die maanden hoger was dan uit de loonstroken bleek, omdat de werkgever de kosten van de PC pas in november 2003 feitelijk in mindering had gebracht. De rechtbank oordeelde dat appellant dit niet aannemelijk had gemaakt en verklaarde het beroep ongegrond. De Centrale Raad van Beroep sluit zich hierbij aan, omdat appellant geen verifieerbare gegevens heeft overgelegd die zijn stelling ondersteunen.
De Raad verwijst naar vaste jurisprudentie dat een werknemer die een hoger loon claimt dan uit de loonadministratie blijkt, dit moet aantonen of aannemelijk maken. De verklaring van de werkgever over de administratieve verrekening van de PC-kosten is onvoldoende om het hogere loon in de genoemde maanden te onderbouwen.
Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.