ECLI:NL:CRVB:2007:BC1970
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellante stelde beroep in tegen besluiten van het UWV waarin correcties en boeten werden opgelegd over de jaren 2002 en 2003 met betrekking tot betalingen aan een werknemer die als verplicht verzekerd werd aangemerkt.
Nadat het UWV het bezwaar van appellante ongegrond verklaarde, trok appellante haar beroep in omdat het UWV bij besluit van 16 oktober 2006 geheel tegemoet was gekomen. De rechtbank veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten op basis van forfaitaire bedragen uit het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
Appellante vorderde in hoger beroep een integrale kostenvergoeding, stellende dat het langdurig handhaven van een onjuist standpunt bijzondere omstandigheden vormde die een volledige vergoeding rechtvaardigden.
De Raad oordeelde dat de door appellante aangevoerde omstandigheden niet als bijzonder konden worden aangemerkt in de zin van artikel 2, derde lid, Bpb. De forfaitaire regeling is bedoeld als tegemoetkoming en niet als volledige schadevergoeding. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en een integrale kostenvergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de proceskostenveroordeling op basis van forfaitaire bedragen en wijst de integrale kostenvergoeding af.