ECLI:NL:CRVB:2007:BC2002
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aansprakelijkheid inlener voor onbetaalde premieschulden uitlener
Appellante is in hoger beroep gegaan tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin zij hoofdelijk aansprakelijk werd gesteld voor onbetaalde premieschulden van de uitlener. Zij betwistte de hoogte van de bedragen en voerde aan dat het gebruikte uurtarief te hoog was en dat geen rekening was gehouden met premiemaxima en franchises. Tevens stelde zij dat zij niet verantwoordelijk was voor het voeren van loonadministratie van werknemers die zij niet zelf in dienst had.
De rechtbank had geoordeeld dat de uitgangspunten en berekeningswijzen van het Uwv juist waren en dat appellante onvoldoende feitelijke onderbouwing had geleverd om de aansprakelijkstelling te betwisten. De rechtbank had ook het anoniementarief toegepast voor werknemers waarvan de identiteit niet was vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze beoordeling. De Raad acht de gehanteerde loon/omzetverhouding van 70% door het Uwv redelijk en wijst erop dat het compromis van de fiscus met een lager percentage niet afdoet aan de redelijkheid van het Uwv-besluit. De Raad oordeelt dat het ontbreken van een volledige loonadministratie en het ontbreken van concrete bewijsvoering over illegale werknemers en het uurtarief tot het risico van appellante behoren. Het anoniementarief is terecht toegepast en er is geen aanleiding voor een neerwaartse bijstelling van de naheffingsaanslagen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; aansprakelijkheid appellante als inlener voor onbetaalde premieschulden bevestigd.