ECLI:NL:CRVB:2007:BC2181
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tijdigheid aanmerken belanghebbende en proceskostenveroordeling in WAO-premiegeschil
Appellante stelde dat het UWV haar te laat als belanghebbende in de zin van artikel 87e van de WAO had aangemerkt met betrekking tot de WAO-uitkering aan haar ex-werknemer, waardoor zij geen passend werk kon aanbieden. De Raad beoordeelde het geschil aan de hand van de destijds geldende WAO-regelgeving en constateerde dat het UWV bij besluit van 28 februari 2007 eerdere besluiten had ingetrokken en de gedifferentieerde premie had aangepast.
Door deze intrekking was het procesbelang in hoger beroep komen te vervallen, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. De Raad oordeelde verder dat grieven over toegekende WAO-uitkeringen niet in een premieprocedure aan de orde kunnen komen, maar slechts in procedures over de uitkering zelf.
De Raad wees het beroep tegen het gewijzigde besluit van het UWV ongegrond en overwoog dat er geen bijzondere omstandigheden waren om af te wijken van de forfaitaire proceskostenveroordeling. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellante, bestaande uit kosten voor verleende rechtsbijstand en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het gewijzigde besluit van het UWV wordt ongegrond verklaard.