ECLI:NL:CRVB:2007:BC2777
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- K. Zeilemaker
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoogte bijzondere bijstand na 18e verjaardag van kind
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB als alleenstaande ouder. Na de 18e verjaardag van haar dochter wijzigde het College de bijstand naar de norm voor een alleenstaande, met een toeslag van 20% vanwege gedeelde kosten. Appellante maakte bezwaar omdat zij meende dat de verlaging niet volstond om in de noodzakelijke kosten te voorzien, mede omdat haar dochter nog onderwijs volgde en geen kinderbijslag meer ontving.
Het College kende daarop bijzondere bijstand toe als toeslag, gebaseerd op het verschil tussen de bijstandsnorm voor een 18- tot 21-jarige en de WTOS-toelage die haar dochter ontving. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde.
De Raad overwoog dat de vastgestelde bijzondere bijstand in algemene zin passend is en dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de toeslag onvoldoende is. De Raad nam mee dat kinderbijslag nog was uitbetaald over het eerste kwartaal van 2006 en dat er een tegemoetkoming in schoolkosten en zorgverzekering was toegekend. De enkele stelling dat een 18-jarige hogere kosten met zich brengt, was onvoldoende om het beroep te honoreren.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.