”Bij besluit van 25 april 2003 heeft verweerder bepaald dat eiseres met ingang van het eerste kwartaal van 2002 geen recht meer heeft op kinderbijslag voor haar dochter [A.], geboren op [geboortedatum] omdat zij niet in belangrijke mate door eiseres wordt onderhouden. Daarnaast heeft verweerder in twee brieven van 25 april 2003 aangekondigd dat hij zal overgaan tot terugvordering van teveel ontvangen kinderbijslag en tot oplegging van een boete.
Bij brief van 6 mei 2003 heeft eiseres bezwaar gemaakt tegen het besluit van 25 april 2003 en heeft zij tevens gereageerd op de brieven van 25 april 2003 met daarin de aankondiging van het voornemen tot terugvordering van kinderbijslag en tot oplegging van een boete.
Bij besluit van 26 november 2003 heeft verweerder de door eiseres teveel ontvangen kinderbijslag over het eerste kwartaal van 2002 teruggevorderd tot een bedrag van € 303,77. Daarnaast heeft verweerder bij besluit van eveneens 26 november 2003 (primair besluit) eiseres een boete opgelegd ter hoogte van € 45,-- daar eiseres heeft verzuimd verweerder tijdig op de hoogte te stellen van het feit dat haar dochter [A.] sinds 28 december 2001 niet meer bij haar woonachtig was.
Bij brief van 7 januari 2004 heeft eiseres bezwaar gemaakt tegen beide besluiten van 26 november 2003.
Bij besluit van 12 april 2005 heeft verweerder het bezwaar tegen het besluit van 26 november 2003 tot terugvordering van de kinderbijslag ongegrond verklaard. Tevens heeft hij bij besluit van 12 april 2005 het bezwaar tegen het besluit van 26 november 2003 tot oplegging van een boete ongegrond verklaard.
Bij besluit van 14 november 2005 heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 25 april 2003 tot herziening van het recht op kinderbijslag gegrond verklaard en bepaald dat eiseres over het eerste kwartaal van 2002 wel recht had op kinderbijslag ten behoeve van haar dochter [A.].
Bij brief van 17 november 2005 heeft verweerder de rechtbank bericht de besluiten van 12 april 2005 niet te handhaven.
Bij het bestreden besluit heeft verweerder de bezwaren van eiseres tegen de beide besluiten van 26 november 2003 gegrond verklaard. Verweerder overweegt daarbij dat terugvordering van teveel ontvangen kinderbijslag niet aan de orde is, nu in het besluit van 14 november 2005 is bepaald dat eiseres over het eerste kwartaal van 2002 wel recht had op kinderbijslag. Daarnaast zet verweerder de aan eiseres opgelegde boete van € 45,-- vanwege het niet voldoen aan de voor haar geldende meldingsplicht om in een waarschuwing. Volgens verweerder is aan de voorwaarden voor het geven van een waarschuwing voldaan en is niet gesteld, noch gebleken dat er sprake is van dringende redenen waardoor moet worden afgezien van een waarschuwing.
2.2. Het beroep van eiseres beperkt zich tot de waarschuwing die verweerder haar in het bestreden besluit heeft gegeven. Zij heeft - kort samengevat - betwist dat zij gehouden was binnen een termijn van vier weken, te rekenen van 28 december 2001, verweerder mede te delen dat haar dochter [A.] elders verbleef. Eiseres heeft aangevoerd dat [A.] was weggelopen. Pas in maart 2002 werd zij op de hoogte gesteld van het feit dat haar dochter in het kader van een crisisplaatsing elders was gehuisvest. Tot die tijd beschouwde eiseres haar dochter niet als uitwonend. Naar de mening van eiseres was er voorts geen sprake van een gewijzigde situatie omdat zij in het desbetreffende kwartaal nog steeds de kosten van het onderhoud van [A.] voor haar rekening nam. Zo er wel sprake was van een gewijzigde situatie voert eiseres aan dat het niet nodig was om melding te maken van deze wijziging omdat er in ieder geval geen nieuwe situatie was ontstaan die een wijziging van het recht op kinderbijslag tot gevolg had.
2.3. De rechtbank overweegt dat de dochter van eiseres, [A.], is geboren
op [geboortedatum] en aldus op [18de verjaardag] meerderjarig is geworden. [A.] is de jongste van de vier kinderen van eiseres en haar echtgenoot.”.