ECLI:NL:CRVB:2008:BC1159
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling mate arbeidsongeschiktheid en geschiktheid voor functies volgens UWV
Appellant, die zijn werk als loodsmedewerker bij KLM staakte wegens schouder- en spanningsklachten, kreeg in januari 2002 een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45 tot 55%. Het UWV handhaafde dit percentage in 2003, maar stelde het later bij naar 25 tot 35%, wat na bezwaar werd aangepast naar 35 tot 45%.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn klachten onderschat waren en dat hij volledig arbeidsongeschikt zou moeten worden verklaard, en dat de voorgestelde functies niet passend waren. De Raad overwoog dat het UWV voldoende rekening had gehouden met de beperkingen van appellant, mede op basis van medische beoordelingen en informatie van de huisarts en het Revalidatiecentrum.
De Raad achtte de functies productiemedewerker voedingsmiddelen, medewerker binderij, machinaal metaalbehandelaar en papierwarenmaker passend voor appellant. Er waren geen nieuwe gegevens die een hogere mate van arbeidsongeschiktheid of arbeidsduurbeperking rechtvaardigden. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant arbeidsongeschikt is voor 35 tot 45% en geschikt is voor diverse functies.