Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2008:BC1315

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
4 januari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-18 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding in WAO-uitkeringszaak

Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem, die het beroep tegen het besluit van het UWV niet-ontvankelijk had verklaard wegens te late indiening van de beroepsgronden. Appellant voerde aan dat de vertraging te wijten was aan nalatigheid van zijn toenmalige advocaat.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat nalatigheden van procesgemachtigden binnen het risico van hun cliënten vallen en dat deze omstandigheden geen grond bieden om de niet-ontvankelijkverklaring te vernietigen. Het beroep van appellant slaagde derhalve niet.

De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 4 januari 2008 door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het beroep van appellant wordt bevestigd als niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.

Uitspraak

06/18 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 23 november 2005, 05/2972 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 4 januari 2008
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 november 2007. Appellant is niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door J. de Graaf.
II. OVERWEGINGEN
Bij besluit van 4 januari 2005 heeft het Uwv geweigerd om aan appellant een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering toe te kennen.
Bij besluit van 30 juni 2005 heeft het Uwv het door appellant tegen het besluit van
4 januari 2005 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het tegen genoemd besluit op bezwaar ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat
- kort samengevat - de gronden van het beroep van appellant te laat zijn ingediend en dat dit niet verschoonbaar is.
Appellant heeft zich in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de rechtbank zijn beroep ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Daartoe heeft appellant aangevoerd dat het feit dat de gronden van zijn beroep te laat zijn ingediend is toe te schrijven aan nalatigheid van zijn toenmalige advocaat.
Het hoger beroep van appellant slaagt niet. Naar het oordeel van de Raad vallen nalatigheden van procesgemachtigden in de risicosfeer van degenen voor wie de betreffende gemachtigden in rechte optreden.
De Raad ziet daarom geen grond voor het oordeel dat de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit van het Uwv van 30 juni 2005 ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard.
De aangevallen uitspraak moet dan ook worden bevestigd.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door G.J.H. Doornewaard. De beslissing is, in tegenwoordigheid van N.E. Nijdam als griffier, uitgesproken in het openbaar op
4 januari 2008.
(get.) G.J.H. Doornewaard.
(get.) N.E. Nijdam.
JL