ECLI:NL:CRVB:2008:BC1473
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WW-uitkering wegens niet opgegeven werkzaamheden als zelfstandige
Appellant ontving vanaf 1 augustus 2003 een WW-uitkering gebaseerd op 40 arbeidsuren per week en startte een adviesbureau. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) ontdekte via een fraudeonderzoek dat appellant circa 1500 uur niet had opgegeven als gewerkt. Hierdoor werd de uitkering per 5 januari 2004 herzien en vanaf 27 september 2004 volledig beëindigd.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat een medewerker van de Centrale organisatie werk en inkomen (CWI) hem had medegedeeld dat reisuren voor zijn adviesbureau niet hoefden te worden opgegeven en niet in mindering zouden komen op zijn WW-rechten. De Raad achtte dit niet aannemelijk, mede vanwege een verklaring van de betreffende medewerker waarin zij ontkende dergelijke mededelingen te hebben gedaan.
De Raad concludeerde dat appellant zijn verplichtingen op grond van artikel 25 van Pro de WW niet is nagekomen en bevestigde het bestreden besluit van de rechtbank Roermond. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WW-uitkering wegens het niet volledig opgeven van werkzaamheden als zelfstandige.