ECLI:NL:CRVB:2008:BC1675

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 januari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-3050 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Ch. van Voorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:73 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij arbeidsongeschiktheidsbeslissing UWV

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV over haar arbeidsongeschiktheid. Het UWV heeft vervolgens een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen waarin zij per 25 april 2004 ongewijzigd voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt wordt beschouwd.

Gezien deze gewijzigde beslissing is het belang van appellante bij een beoordeling van het bestreden besluit komen te vervallen, tenzij er sprake zou zijn van een ander procesbelang zoals een verzoek om schadevergoeding. Dit is echter niet gebleken, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard.

De Raad veroordeelt het UWV in de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken, begroot op €966,-, en bepaalt dat het griffierecht van €140,- door het UWV aan appellante wordt vergoed. Het onderzoek ter zitting is achterwege gelaten met toestemming van partijen.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

05/3050 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante],
tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 12 april 2005, 04/1424
(hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 9 januari 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. S.A.R.C.W. Munsters, advocaat te Tilburg, hoger beroep ingesteld.
Desgevraagd heeft het Uwv bij brieven van 6 augustus 2007 en 17 september 2007 vragen van de Raad beantwoord en meegedeeld dat een gewijzigde beslissing op bezwaar wordt afgegeven. In de gewijzigde beslissing op bezwaar van 24 september 2007 wordt appellante per 25 april 2004 ongewijzigd voor 80-100% arbeidsongeschikt beschouwd.
Bij brief van 12 oktober 2007 heeft mr. J. van Rooijen, advocaat te Tilburg, de Raad verzocht het Uwv in de proceskosten te veroordelen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Nu het Uwv bij besluit van 24 september 2007 te kennen heeft gegeven appellante met ingang van 25 april 2004 ongewijzigd voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt te achten is in principe het belang bij een beoordeling van het bestreden besluit komen te vervallen, tenzij van zo’n belang blijkt, bijvoorbeeld omdat verzocht is om het toekennen van een schadevergoeding op grond van artikel 8:73 van Pro de Algemene wet Bestuursrecht. Nu van een dergelijk procesbelang niet is gebleken, dient het hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 644,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, in totaal € 966,-.
Met betrekking tot de gevorderde vergoeding van de eigen bijdrage uit hoofde van de verleende toevoegingen overweegt de Raad dat in een bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht een limitatieve opsomming is gegeven van proceshandelingen waarvoor een forfaitaire vergoeding kan worden gegeven en dat in vergoeding van de in verband met een afgegeven toevoeging te betalen bijdrage daarbij niet is voorzien.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de kosten van appellante tot een bedrag van € 966,-, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de Raad;
Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellante het betaalde griffierecht van € 140,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 9 januari 2008.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen.
MK