ECLI:NL:CRVB:2008:BC1683
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting toeslag wegens niet tijdig aanvragen ondanks kennis en geen verminderde verwijtbaarheid
Appellante ontvangt een WAO-uitkering en vroeg een toeslag aan op grond van de Toeslagenwet vanwege de geboorte van haar kind. Het UWV kende de toeslag toe, maar legde een korting van 20% op wegens het niet tijdig indienen van de aanvraag.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond omdat zij niet aannemelijk had gemaakt dat zij door haar geestelijke of lichamelijke gezondheidstoestand niet tijdig kon aanvragen. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en oordeelde dat appellante een maand voor de bevalling wist dat zij een toeslag kon aanvragen en dat het niet tijdig aanvragen haar eigen verantwoordelijkheid was.
De Raad vond dat er geen sprake was van verminderde verwijtbaarheid en dat appellante geen medische belemmeringen had om tijdig hulp in te roepen. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de korting op de toeslag bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de korting op de toeslag blijft gehandhaafd.