ECLI:NL:CRVB:2008:BC1684
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugkomen van besluit Ziektewet wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant verzocht het UWV terug te komen op het besluit van 29 april 2004 waarin hem wegens het verstrijken van de maximale uitkeringstermijn van 52 weken geen ziekengeld werd toegekend. Dit besluit was onherroepelijk geworden. Appellant stelde dat er nieuwe feiten of omstandigheden waren die een heroverweging rechtvaardigden.
Het UWV wees het verzoek af omdat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden in de zin van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) had aangevoerd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad overwoog dat de stukken waarop appellant zich beroept afkomstig waren van het UWV en dateren van vóór het oorspronkelijke besluit, zodat er geen sprake was van nieuwe feiten. Ook was appellant tijdig geïnformeerd over het verstrijken van de uitkeringstermijn. Een nalatigheid van het UWV om eerdere besluiten aan te passen leidt niet tot een ander oordeel.
De Raad ziet geen reden om toepassing te geven aan artikel 8:75 Awb Pro en bevestigt het bestreden besluit. De uitspraak werd gedaan door M.C.M. van Laar op 9 januari 2008.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV om niet terug te komen op het eerdere besluit wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.