ECLI:NL:CRVB:2008:BC1693
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens geschiktheid voor eigen werk
Appellante, werkzaam als receptioniste/telefoniste, meldde zich ziek met diffuse pijnklachten. Na medisch onderzoek door verzekeringsartsen en consultatie van een neuroloog en huisarts werd vastgesteld dat er geen objectieve medische afwijkingen zijn die haar arbeidsongeschiktheid rechtvaardigen.
Het UWV besloot daarom haar ziekengeld per 11 april 2005 te beëindigen. Appellante maakte bezwaar, maar de bezwaarverzekeringsarts handhaafde het besluit na aanvullend onderzoek en bestudering van het dossier.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd meegewogen dat aanvullende informatie van een reumatoloog niet noodzakelijk was en dat de beoordeling van de belastbaarheid exclusief aan de verzekeringsarts toekomt.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft deze overwegingen en bevestigt het bestreden besluit. Appellante heeft geen nieuwe medische informatie aangeleverd die het oordeel van de verzekeringsartsen zou kunnen betwijfelen.
Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit dat appellante geen recht meer heeft op ziekengeld blijft van kracht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit dat appellante geen recht meer heeft op ziekengeld wordt bevestigd.