ECLI:NL:CRVB:2008:BC1706
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na geschiktheidsbeoordeling functies
Appellant, voormalig steigerbouwer, viel in 1993 uit wegens klachten en kreeg een WAO-uitkering toegekend van 25-35% arbeidsongeschiktheid. Na een vijfdejaarsherbeoordeling handhaafde het UWV aanvankelijk deze mate, maar verklaarde bezwaar gegrond en stelde de mate bij naar 45-55%. De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege een ontoereikende arbeidskundige onderbouwing.
Het UWV ging in hoger beroep, waarna de Centrale Raad van Beroep de uitspraak van de rechtbank vernietigde en het bezwaar ongegrond verklaarde. Een nieuwe herbeoordeling leidde tot een besluit van 24 februari 2005 waarbij de WAO-uitkering werd herzien naar 45-55%. Het bezwaar van appellant hiertegen werd ongegrond verklaard door de rechtbank, die de medische en arbeidskundige rapporten leidend achtte.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn bezwaren, maar de Raad onderschreef de zorgvuldigheid van de medische onderzoeken en de arbeidskundige rapportage. De medische stukken die appellant overlegde hadden geen betrekking op de relevante datum. De Raad oordeelde dat de functies waarvoor appellant geschikt werd geacht, adequaat waren gemotiveerd en dat de bezwaarprocedure correct was verlopen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het bezwaar van appellant ongegrond, waarmee de herziening van de WAO-uitkering naar 45-55% in stand blijft.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid.