ECLI:NL:CRVB:2008:BC1721
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens geschiktheid voor gangbare arbeid na WAO-beoordeling
Appellant, voormalig rompenmaker, viel in 1996 uit wegens rug- en later psychische klachten. Na een WAO-uitkering van 80-100% werd hij in 2003 geschikt geacht voor gangbare arbeid en zijn WAO-uitkering ingetrokken. Hij ontving daarna WW, maar meldde zich in 2004 ziek wegens dezelfde psychische klachten. Verzekeringsarts Weijers concludeerde dat appellant per 26 mei 2004 weer geschikt was voor de eerder vastgestelde functies, waarna het Uwv het ziekengeld introk.
Appellant voerde aan dat hij vanwege psychische klachten geen duurzame benutbare mogelijkheden had en dat het onderzoek niet zorgvuldig was, verwijzend naar een verklaring van zijn psychiater. De bezwaarverzekeringsarts bevestigde echter de eerdere bevindingen na dossierstudie en hoorzitting. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigt deze uitspraak, stellende dat appellant geschikt is voor ten minste één van de WAO-functies.
De Raad vond geen aanleiding voor nader onderzoek door een onafhankelijke psychiater en geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De medische gegevens gaven geen reden om de beperkingen van appellant op de datum in geschil als toegenomen te beschouwen. De uitspraak bevestigt daarmee de intrekking van het ziekengeld per 26 mei 2004.
Uitkomst: De intrekking van het ziekengeld per 26 mei 2004 wordt bevestigd omdat appellant geschikt is voor gangbare arbeid.