ECLI:NL:CRVB:2008:BC1728
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-herziening na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante ontvangt sinds 1994 een WAO-uitkering, laatstelijk vastgesteld op 80-100% arbeidsongeschiktheid. Na een medisch onderzoek in 2004 door een verzekeringsarts werden beperkingen vastgesteld, met name in handgebruik en nek- en schouderbewegingen, en psychische klachten. Op basis van deze beperkingen selecteerde een arbeidsdeskundige functies en stelde het UWV de arbeidsongeschiktheid vast op 25-35%, waarna de uitkering werd herzien.
Appellante maakte bezwaar tegen deze herziening, maar de bezwaarverzekeringsarts bevestigde de juiste vaststelling van haar beperkingen. De rechtbank vernietigde het besluit vanwege onvoldoende motivatie over de geschiktheid van functies, maar liet de rechtgevolgen in stand. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist in kaart zijn gebracht.
De Raad acht de motivatie over de geschiktheid van de geselecteerde functies, waaronder medewerker terreindienst, voldoende. Bezwaren over hand- en vingergebruik worden ondervangen door het gebruik van een elektrisch karretje. De Raad bevestigt het bestreden besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.