ECLI:NL:CRVB:2008:BC1731
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens geschiktheid voor geselecteerde functies
Appellante, die sinds mei 2001 arbeidsongeschikt was wegens klachten aan haar linkerarm en -hand, werd aanvankelijk als minder dan 15% arbeidsongeschikt beoordeeld en geschikt geacht voor gangbare arbeid zoals telefonist en meteropnemer. Na meerdere ziekmeldingen en medische onderzoeken concludeerde het UWV dat er geen toename van beperkingen was en dat appellante per 23 december 2004 niet langer ongeschikt was voor haar arbeid.
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit tot intrekking van haar ziekengeld, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat de medische rapportages, waaronder informatie van de behandelend neuroloog, geen neurologische verklaring voor haar klachten vonden en dat haar psychische klachten niet waren toegenomen.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en overweegt dat volgens artikel 19 ZW Pro recht op ziekengeld bestaat bij ongeschiktheid voor de laatst verrichte arbeid, tenzij de verzekerde geschikt is voor ten minste één van de functies geselecteerd bij de WAO-beoordeling. Appellante is volgens de Raad geschikt voor deze functies, waardoor zij geen recht meer heeft op ziekengeld vanaf 23 december 2004.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding om artikel 8:75 Awb Pro toe te passen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld per 23 december 2004 wordt bevestigd.