ECLI:NL:CRVB:2008:BC1736
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing financiële tegemoetkoming vervoerskosten op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten
Appellante heeft op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) een financiële tegemoetkoming in vervoerskosten aangevraagd, welke door het College van burgemeester en wethouders van Utrecht is afgewezen op advies van het Regionaal Indicatie Orgaan (RIO). Na bezwaar is dit besluit gehandhaafd omdat uit medisch advies bleek dat er geen objectief vastgestelde aandoening was die het gebruik van het openbaar vervoer onmogelijk maakte.
In hoger beroep heeft appellante nieuwe medische rapportages ingebracht, waaronder een rapportage van een klinisch geriater en medische documenten van specialisten uit Marokko. Het College heeft deze rapportages laten beoordelen door een medisch adviseur, die concludeerde dat de chronische aandoening pas recent was vastgesteld en niet relevant was voor de periode in geding.
De Raad heeft geoordeeld dat de eerdere adviezen van het RIO en het College zorgvuldig waren en dat appellante in de periode tot het bezwaarbesluit niet medisch zodanig beperkt was dat zij geen gebruik kon maken van het openbaar vervoer. De Raad bevestigt daarom de aangevallen uitspraak en adviseert appellante bij nieuwe medische omstandigheden een nieuwe aanvraag in te dienen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor financiële tegemoetkoming in vervoerskosten wegens het ontbreken van een medisch objectiveerbare beperking in de periode in geding.