ECLI:NL:CRVB:2008:BC1764
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WAO-uitkering wegens onderschatte beperkingen door schrijfkramp
Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering te verlagen van een hogere mate van arbeidsongeschiktheid naar 55-65%, omdat hij door schrijfkramp aan de linkerhand niet langer geschikt zou zijn voor zijn functie als orderbehandelaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende medische onderbouwing aanvoerde om te stellen dat zijn beperkingen zijn onderschat. De subjectieve beleving van appellant volstaat niet om het oordeel van het UWV te wijzigen. Het UWV heeft de geschiktheid voor andere functies en de mate van verdiencapaciteit voldoende toegelicht.
Het hoger beroep wordt verworpen en er is geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door R.C. Stam en uitgesproken in het openbaar op 11 januari 2008.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de WAO-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing van de beroepsgrond.