ECLI:NL:CRVB:2008:BC1785
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WAO-uitkering wegens ontbreken arbeidsbeperkingen per 17 mei 2005
Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV tot beëindiging van zijn WAO-uitkering per 17 mei 2005. De Raad oordeelde dat het UWV voldoende had onderbouwd dat appellant geen arbeidsbeperkingen meer ondervond door ziekte of gebrek vanaf die datum.
De zaak werd behandeld op 16 november 2007, waarbij appellant niet aanwezig was. Het UWV werd vertegenwoordigd door een gemachtigde. De Raad sloot zich aan bij de overwegingen van de rechtbank Rotterdam en verwierp het verweer van appellant, dat voornamelijk steunde op een rapport van Psychosofia.
De Raad vond geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Hiermee werd het besluit tot beëindiging van de WAO-uitkering gehandhaafd.
Uitkomst: Beëindiging van de WAO-uitkering per 17 mei 2005 wordt bevestigd.