ECLI:NL:CRVB:2008:BC1797
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over arbeidsongeschiktheid en instandhouding rechtsgevolgen
Appellante is sinds mei 2001 arbeidsongeschikt als gevolg van een verkeersongeval en ontvangt sinds mei 2002 een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%. Zij stelt zich volledig arbeidsongeschikt en wijst op lichamelijke en psychische klachten. Het UWV trok haar uitkering in per 25 januari 2005, omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond en oordeelde dat zij duurzaam benutbare arbeidscapaciteit heeft.
In hoger beroep betoogt appellante dat haar beperkingen, met name psychische, zijn onderschat. De Raad oordeelt echter dat de medische gegevens onvoldoende aanknopingspunten bieden voor deze stelling en sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank. Wel constateert de Raad dat de geschiktheid van de functies pas met het in hoger beroep ingebrachte arbeidskundig rapport voldoende is toegelicht.
Daarom vernietigt de Raad het bestreden besluit wegens strijd met de Awb, maar laat de rechtsgevolgen van dat besluit in stand. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot betaling van proceskosten aan appellante en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd, de rechtsgevolgen blijven in stand en het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.