ECLI:NL:CRVB:2008:BC1823
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten en renteschade na intrekking hoger beroep wegens ingetrokken maatregel UWV
Appellant stelde hoger beroep in tegen een besluit van het UWV waarin een maatregel werd opgelegd wegens het niet voldoen aan de sollicitatieverplichting. Tijdens het hoger beroep trok het UWV deze maatregel volledig in, waardoor appellant geen inhoudelijk belang meer had bij de voortzetting van het hoger beroep en dit introk onder de voorwaarde dat het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en renteschade.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV inderdaad de bezwaren van appellant geheel had gehonoreerd door de maatregel in te trekken. De Raad stelde vast dat appellant redelijke kosten had moeten maken in verband met de behandeling van het beroep en hoger beroep. Daarom veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten ter hoogte van €969,62, bestaande uit kosten voor verleende rechtsbijstand en reiskosten.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente over de nabetaling van de uitkering, ingaande vanaf 1 april 2006. De Raad verwees voor de verdere berekening naar eerdere jurisprudentie. Tevens werd opgemerkt dat appellant zich rechtstreeks tot het UWV kan wenden voor vergoeding van het griffierecht, indien dit niet reeds spontaan is vergoed.
De uitspraak werd gedaan door rechter M.A. Hoogeveen en griffier R.B.E. van Nimwegen op 2 januari 2008. Het onderzoek ter zitting bleef achterwege met instemming van partijen.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en renteschade na intrekking van de maatregel en het hoger beroep.