ECLI:NL:CRVB:2008:BC1826
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding
Appellant stelde bezwaar in tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) van 11 december 2003, waarbij een uitkering op grond van de Werkloosheidswet werd geweigerd. De rechtbank Amsterdam verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het bezwaarschrift te laat was ingediend, na afloop van de wettelijke termijn zoals bepaald in artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Appellant voerde ter verontschuldiging aan dat zijn gemachtigde ernstig ziek was en dat hijzelf in scheiding lag, maar de rechtbank oordeelde dat deze omstandigheden geen verschoonbare reden vormden voor de termijnoverschrijding. Het bezwaar was per fax ingediend op 11 februari 2004, terwijl de termijn op 23 januari 2004 was geëindigd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde in hoger beroep het oordeel van de rechtbank. Er werden geen nieuwe relevante feiten of omstandigheden aangevoerd die de termijnoverschrijding verschoonbaar konden maken. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar gehandhaafd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter T. Hoogenboom, in aanwezigheid van griffier M.D.F. de Moor, op 2 januari 2008.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.